Het meeste gaat goed
Juli 2026Als iemand vraagt hoe het gaat, zeg ik tegenwoordig: het meeste gaat goed.
Dat is geen bescheidenheid en geen klacht. Het is het eerlijkste antwoord dat ik heb. Jarenlang zei ik gewoon "goed". Automatisch, voordat de vraag goed en wel gesteld was. "Goed" was geen beschrijving van hoe het ging; het was een deur die dichtging. Wie goed zegt, hoeft niets uit te leggen. Wie goed zegt, kan door met presteren.
Ruim een jaar geleden zette een hersenvliesontsteking mijn leven stil. Niet gedeeltelijk, maar helemaal. En in die stilte bleek hoeveel er al langer niet goed ging: vermoeidheid die ik wegdrukte, signalen die ik niet serieus nam, een lichaam dat al veel langer aan het woord wilde komen dan ik het toeliet. "Goed" was al die tijd niet gelogen, maar het was ook niet waar. Het was het antwoord van mijn buitenkant.
Jung heeft daar een woord voor: de persona. Het gezicht dat we aan de wereld laten zien, het compromis tussen wie we zijn en wat er van ons verwacht wordt. Er is niets mis met een persona: je hebt er een nodig, liefst meerdere, zoals je verschillende jassen hebt voor verschillend weer. Het gaat mis als je vergeet dat je hem aan hebt. Als het masker niet meer afgaat omdat je denkt dat het je gezicht is.
Mijn automatische "goed" was zo'n vergroeid masker. Vier letters waarin een heel patroon zat: niet klagen, niet opvallen, doorgaan, bewijzen dat je het waard bent. Het heeft me ver gebracht, dat patroon. Het heeft me ook een keer bijna de kop gekost.
"Het meeste gaat goed" is mijn poging om preciezer te zijn. Want het klopt: het meeste gaat goed. En er is ook altijd iets dat niet goed gaat: een zorg, een irritatie, iets dat blijft knagen. Die vier woorden laten dat bestaan zonder dat het gesprek er meteen over hoeft te gaan. Ze houden de deur op een kier.
Ik dacht eerst dat het een grapje was, mijn nieuwe zin. Inmiddels denk ik dat zulke kleine taalveranderingen niet onschuldig zijn. Hoe je antwoordt op "hoe gaat het" is hoe je jezelf traint om naar jezelf te kijken. Wie altijd goed zegt, leert wegkijken. Wie zegt dat het meeste goed gaat, geeft toe dat er een rest is, en die rest is precies waar het interessant wordt.